praktijk voor particuliere remedial teaching - - gevestigd in Barendrecht (ZH) -
DYSLEXIE EN ANDERE STOORNISSEN
 
 
 
Bijkomende stoornissen bij dyslexie ofwel; een differentiaaldiagnose.
Dit betekent: onderscheid maken tussen diagnoses die veel van dezelfde karakteristieken gemeen hebben.
 
 
Vaak zijn er discussies over wat er allemaal bij dyslexie hoort. Bij dyslexie gaat het om lees- en spellingproblemen. Wanneer er één stoornis is vastgesteld, is het wel belangrijk dat de andere niet over het hoofd wordt gezien en dat niet alle problemen aan die ene stoornis worden toegekend. Elke stoornis heeft een specifieke aanpak nodig. Voor dyslexie is dat gericht op lees- en spellingtaken. Andere problemen kunnen worden veroorzaakt door bijkomende stoornissen. Als twee stoornissen meer dan gemiddeld gelijktijdig voorkomen, noemt men dit co-morbiditeit.
 
Na een eerste screening door deze remedial teaching praktijk en het vermoeden van aanwezigheid van AD(H)D en/of ODD (te opstandig gedrag) kan uw kind, indien u dat wilt, via een verwijsbrief van uw huisarts verwezen worden naar Drs. Rob Rodrigues Pereira, kinderarts sociale pediatrie, werkzaam bij het Maasstad Ziekenhuis, locatie Zuider te Rotterdam. Klik hier voor informatie over het Maasstad Ziekenhuis en deze kinderarts.
 
 
 Dyslexie kan voorkomen in combinatie met:
 
* Aandachtsstoornis: AD(H)D
 
* Rekenstoornis: dyscalculie
 
* Motorische stoornis: DCD
 
* Taal-/spraakstoornis: dysfasie
 
* Contactstoornis: PDD-NOS
 
* Hoogbegaafdheid
 
 
Dyslexie en AD(H)D
 
 
 
Kinderen met ADHD hebben sterker en vaker dan gemiddeld last van aandacht- en concentratieproblemen, impulsiviteit en hyperactiviteit. Als dyslexie en ADHD in combinatie voorkomen, heeft het kind dus een dubbel probleem. Belangrijk is om te onderscheiden waar de problemen vandaan komen. Bijvoorbeeld: heeft het kind moeite met geconcentreerd lezen, omdat het lezen zelf moeilijk gaat vanwege dyslexie of omdat er sprake is van concentratieproblemen?
Is er dan wellicht sprake van een dubbel probleem vanwege dyslexie en ADD (concentratieproblemen)?
 
Kinderen met ADD.
 
Kinderen met ADD worden vaak niet op tijd gediagnosticeerd, omdat ze niet druk zijn en geen overlast bezorgen.
 Deze kinderen zijn vaker wat dromerig, afwezig, langzamer in hun bewegingen en sneller afgeleid. Ze vinden activiteiten al snel saai, zijn vergeetachtig, chaotisch, creatief, veelzijdig en komen nog al eens te laat.
 
ADD en ADHD: de verschillen.
 
ADD                                                      ADHD
 
laat in reactie                                               impulsief in reactie
veel blokkerende gedachten                     doet snel zonder denken
dagdromen/afwezig                                          druk/hyperactief
zit vaak stil/observerend                                kan niet stil zitten
introvert                                                                     extravert
zet door                                                                 geeft snel op
functioneert op achtergrond                 functioneert op voorgrond
komt vaker voor bij meisjes                komt vaker voor bij jongens
sterk inlevingsvermogen                 minder sterk inlevingsvermogen
trekt zich terug                                 zoekt afleiding bij anderen
kijkt de kat uit de boom                                         handelt direct
kan moeilijk nee zeggen                                zegt gemakkelijk nee
stelt hoge eisen aan vriendschappen            stelt minder hoge eisen
medicatie minder effectief              medicatie vaak zeer effectief
 
 
 
Enkele misverstanden over ADHD.
 
1. Medicatie is niet per definitie slecht. Sterker, soms kunnen Ritalin of andere ADHD-remmers een totaal chaotisch leven weer leefbaar maken.
 
2. ADHD-kinderen zijn niet alleen 'lastig'. Integendeel, ze kunnen warm, spontaan, gezellig, energiek, ontwapenend lief, supercreatief en waanzinnig intelligent en begaafd zijn.
 
3. ADHD heeft niets met opvoeding of slechte ouders te maken.
Het is een neurobiologische aandoening die ook niet door superouders met een droomopvoeding kan worden weggenomen.
 
Huisartsen mogen de diagnose niet stellen, laat staan medicatie voorschrijven. Dit mag alleen gebeuren door deskundige medici zoals kinderartsen.
 
ADHD en medicatie.
 
Medicatie met onder andere Ritalin kan goed aanslaan bijADHD. 
Veel ouders zien er tegenop om hun kind aan de 'pillen' te zetten. Tevens heerst er veel onduidelijkheid ten aanzien van de eventuele bijwerkingen. Tegenstanders van medicatie maken ouders veelal onnodig bang met het benoemen van allerlei enge bijwerkingen.
 
ADHD en andere stoornissen.
 
ADHD is een aandoening die maar in zo'n 31% van de gevallen helemaal op zichzelf staat, zonder bijkomende stoornissen.
Dat betekent dat als uw kind ADHD heeft, er meestal een andere stoornis bijkomt, in 60% van de gevallen zelfs twee stoornissen. 
Het zijn allemaal stoornissen met een erfelijke basis.
 
 
 
Dyslexie en dyscalculie
 
Dyscalculie betekent letterlijk ‘niet kunnen berekenen’. Kinderen met dyscalculie kunnen zich vaak niet de basisrekenvaardigheden vlot eigen maken. Ze hebben vaker problemen met het getalbegrip. Er is sprake van een beperkte ‘rekengeschiktheid’ in vergelijking met wat ze kunnen begrijpen van rekenen/wiskunde. Net als bij dyslexie is het in feite een andere term voor ernstige en hardnekkige problemen bij het aanleren van bepaalde schoolse vaardigheden, die niet worden veroorzaakt door een gebrek aan intelligentie of te weinig onderwijs.
 
Als een kind met dyslexie rekenproblemen heeft, hoeft dat niet het gevolg te zijn van dyscalculie. Rekenproblemen kunnen ook optreden door problemen met het verwerken van de talige informatie van het rekenen.
 
 
U dient Flash geïnstalleerd te hebben om deze pagina te bekijken.
Dyscalculie en hersenen
 
Dyslexie en motorische problemen (DCD).
 
Het lijkt allemaal zo gewoon dat kinderen verschillende vaardigheden leren. Soepel bewegen, praten, uit je woorden komen, jezelf aan- en uitkleden, tanden poetsen, met mes en vork eten, veters strikken, een bal gooien en vangen, met een pen schrijven etcetera. Echter bij sommige kinderen gaat het niet zo gemakkelijk. Bovenstaande vaardigheden leert een kind door oefenen aan. Door het herhalen worden de gegevens die nodig zijn bij het uitvoeren van deze handelingen opgeslagen in de hersenen. De vaardigheid raakt dan geautomatiseerd en wordt zonder er bewust over na te denken uitgevoerd. Bij sommige kinderen zijn deze vaardigheden na normaal oefenen niet geautomatiseerd. Dat kunnen kinderen zijn met DCD:
een Developmental Coordination Disorder.
 
Motorische problemen kunnen in combinatie met dyslexie voorkomen. Een slecht leesbaar handschrift dat veroorzaakt wordt door motorische problemen kan het uitvoeren van de schrijftaken, die
door de dyslexie al moeilijk zijn, extra lastig maken. Aandacht voor beide problemen is dus belangrijk.
 
Dyslexie en taal-/spraakstoornissen (onder andere dysfasie).
 
Taalontwikkelingsstoornissen komen vaak voor bij kinderen die
later dyslexie ontwikkelen. Zo'n 40 tot 50% van de kinderen met taalproblemen krijgt later ook leesproblemen.
 
Kinderen met een dysfatische ontwikkelingsstoornis hebben niet het door Chomsky bewezen aangeboren vermogen om een taal te leren en het leren van grammatica werkt dan niet goed. Deze kinderen kunnen dan niet spontaan 'eigen' zinnen maken waardoor de creatieve en communicatieve functie van taal wordt belemmerd en de kinderen zich terugtrekken. Ze kunnen daardoor vaak ten onrechte beschouwd worden als autistisch. De dysfasie kan zowel betrekking hebben op de taaluiting als op het begrip. Het is een stoornis die vaak pas laat wordt vastgesteld.
 
Bij directe vergelijking van kinderen met ernstige taal- of spraakproblemen en kinderen met dyslexie blijkt dat beide groepen problemen hebben met dezelfde dingen:
 
* Woorden en zinnen nazeggen
 
* Onderscheid maken tussen spraakklanken
 
* Waarnemen en verwerken van spraak
 
* Beoordelen of een zin goed of fout gevormd is 
 
Dyslexie en PDD-NOS.
 
Dyslexie kan ook samen gaan met een PDD-NOS stoornis. Dit is een aan autisme verwante, lichte contactstoornis. Kinderen met PDD-NOS snappen niet goed hoe sociale interacties werken. Ze hebben een minder ontwikkeld ‘sociaal snapvermogen‘. Ze nemen uitspraken vaak letterlijk. Als je zegt: “Ach, ga fietsen jij", denken ze letterlijk dat ze een stukje moeten gaan fietsen. Ze hebben moeite met het zich inleven in de ander. Wanneer een ander bijvoorbeeld ergens om huilt, snappen ze niet goed waarom die ander huilt. Ze beschikken dus over een zwak empathisch vermogen. Dit is deze kinderen niet aan te rekenen, omdat er sprake is van een hersenstoornis.
 
U dient Flash geïnstalleerd te hebben om deze pagina te bekijken.
Autisme
Verschillende vormen van autisme (zoals de stoornis van Asperger en PDD-NOS) en de kenmerken.
 
Dyslexie en hoogbegaafdheid.
 
Dyslexie heeft niets te maken met intelligentie. Kinderen met een
heel hoog IQ kunnen ook moeite hebben met lezen en schrijven.
Voor leerkrachten en ouders is het dan ook extra moeilijk bij deze kinderen dyslexie te herkennen. Dyslexie wordt dan pas laat vastgesteld. Omdat deze kinderen door hun hoge intelligentie niet
tot de slechtsten van de klas behoren, is het moeilijk te herkennen dat het kind een matige lezer en/of speller is.
Juist door hun hoge intelligentie kunnen deze kinderen genoeg compenseren, waardoor niet aan dyslexie gedacht wordt.
Pas wanneer het tempo hoger komt te liggen in het voortgezet onderwijs en het aantal talen toeneemt, worden de problemen groter en wordt er eventueel aan dyslexie gedacht.
Deze kinderen worden niet aangesproken op hun capaciteiten.
Het gevaar bestaat dat het kind gedemotiveerd raakt.
 
 
Copyright © 2010 praktijk voor particuliere remedial teaching