praktijk voor particuliere remedial teaching - - gevestigd in Barendrecht (ZH) -
WAT IS DYSLEXIE?
 
De Stichting Dyslexie 
Nederland hanteert de volgende definitie: dyslexie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en/of vlot toepassen van het lezen en/of het spellen op woordniveau.
 
 
Neurobiologische taalontwikkelingsstoornis.
 
Inmiddels is overduidelijk bewezen dat dyslexie een
neurobiologische taalontwikkelingsstoornis is, veelal op basis van genetische componenten. Uit allerlei wetenschappelijke onderzoeken blijkt dat er bij dyslexie sprake is van een hele specifieke taalstoornis die te maken heeft met de klankverwerking in de hersenen.
 Het zogenaamde fonemisch bewustzijn (bewustzijn van klanken
en klankgroepen) functioneert niet naar behoren, wat
structurele lees- en/of spellingproblemen veroorzaakt.
 
Met de intelligentie is niets mis.
 
Onderzoekers zijn het er over eens dat er bij dyslexie sprake is van een lees- en/of spellingstoornis terwijl iemand verder een normale intelligentie heeft. Deze conclusie is het resultaat van verschillende typen onderzoeken:
 
• Onderzoekers hebben specifieke neurobiologische en neuro-anatomische afwijkingen gevonden in gebieden van de hersenen die betrokken zijn bij taalverwerking. Voor dit onderzoek zijn de nieuwste beeldvormende technieken zoals MRI- en PETscanning gebruikt.
 
• Er is ook een genetische basis aangetoond. Net zoals bij andere erfelijke ziekten gaat het bij dyslexie om mutaties op meerdere genen. Dat verklaart waarschijnlijk waarom er verschillen zijn in de ernst van de dyslexie.
 
• Uit epidemiologisch onderzoek blijkt dat er een geleidelijke
overgang is van een beperkte leesvaardigheid naar dyslexie. Toch is dyslexie in de praktijk goed af te bakenen. Dat komt vooral doordat het vermogen om te leren lezen bij kinderen met dyslexie een structureel probleem is. Hierdoor is er geen sprake van een vertraagde ontwikkeling.
 
Hersenen reageren anders bij dyslexie.
 
Een deel van de hersenen van dyslectici kan zich slecht aanpassen. Dat verklaart waarom lezen en schrijven zo moeilijk gaat. Recent hersenonderzoek heeft dit aangetoond. In een onderzoek met een MRI-scan kregen proefpersonen met dyslexie en proefpersonen zonder dyslexie woorden tegelijkertijd te zien en te horen. Ze hoorden woorden die niet klopten met de woorden die ze te zien kregen. Bij de proefpersonen zonder dyslexie namen de hersenen dit onderscheid waar. De hersenen signaleerden dat er iets niet klopte. In de hersenen van proefpersonen met dyslexie gebeurde dat niet. Met dit onderzoek hopen wetenschappers op termijn nog dichter bij de oorsprong te kunnen komen van het taalverwerkingsprobleem bij dyslectici.
 
Auditieve informatieverwerking anders bij kinderen met dyslexie.
 
Dyslexie is meer dan alleen een leesprobleem. Dat komt naar voren uit het onderzoek van de Northwestern University in Chicago. 
Hieruit blijkt dat de auditieve informatieverwerking van kinderen met dyslexie anders verloopt dan bij kinderen zonder lees- en spellingproblemen. Het bewijs wordt gevonden wanneer wordt gekeken naar de hersenactiviteit in de hersenstam. De hersenstam is de eerste plek in de hersenen waar geluidssignalen binnenkomen en worden verwerkt.
De hersenen hebben normaal gesproken de mogelijkheid om in een luidruchtige omgeving automatisch te reageren op relevante geluidssignalen. Door een neurologische storing in de auditieve informatieverwerking hebben kinderen met dyslexie deze mogelijkheid niet. Als gevolg daarvan hebben zij moeite met het onderscheiden van relevante en niet-relevante informatie.
Wanneer een leerkracht een instructie geeft in een rumoerige
klas, zal de dyslectische leerling moeite hebben om de stem van de leerkracht te onderscheiden van het rumoer van de klas.
Kinderen met dyslexie hebben naast de lees- en spellingproblemen
die ze ervaren dus nog een hindernis te overwinnen op school.
Niet alleen is het moeilijk een opdracht uit een werkboek te lezen, het begrijpen van een gesproken instructie in een drukke klas levert ook problemen op.
 
Articulatieproblemen bij jonge kinderen.
 
Kinderen ontwikkelen hun spraak in fasen vanaf de geboorte tot aan het zesde levensjaar. Uit studies blijkt dat articulatieproblemen bij jonge kinderen het risico op dyslexie kunnen voorspellen. Kinderen die in groep 2 van de basisschool moeite hebben met klankspelletjes lopen een verhoogd risico op het krijgen van lees- en/of spellingproblemen, zeker als er sprake is van dyslexie in de familie. Dyslexie is in circa 50% van de gevallen erfelijk. Dyslexie erven kinderen niet altijd via hun vader of moeder. Het kan ook een generatie overslaan.
 
Leescode kraken.
 
Om te kunnen lezen moet een kind begrijpen dat woorden samengesteld zijn uit klanken, dat deze klanken worden voorgesteld door letters en dat de geschreven woorden evenveel klanken en sequenties hebben als hij hoort. Als een kind dit begrijpt, heeft hij het 'principe van het alfabet' ontdekt en heeft hij de sleutel tot de kunst van het lezen in handen om de leescode te kunnen kraken.
 
In het geval van dyslexie loopt het hier mis. Het kind slaagt er niet in om de letters samen te voegen tot woorden. De koppelingen van de correcte klanken aan letters/lettergroepen en woorden verloopt moeizaam. De koppelingen raken onvoldoende geautomatiseerd. Het kind ervaart woorden die het leest vaker als een nieuw woord dat steeds opnieuw ontcijferd moet worden met als gevolg traag, stamelend en/of gokkend lezen. 
 
 
 
Er zijn twee sterke voorspellers die hoog scoren voor
een mogelijke aanwezigheid van dyslexie bij uw kind, namelijk:
1. Onvoldoende onzinwoorden kunnen lezen.
2. Slecht snel losse letters en cijfers, die op een kaart staan, kunnen benoemen.
 
Voorafgaand aan een lees- en/of spellingbehandelingstraject zullen deze twee voorspellers met behulp van genormeerde
valide testen bij uw kind in kaart gebracht worden.
 
 
Moeite met onzinwoorden lezen.
 
De praktijk voor particuliere remedial teaching voelt zich ten aanzien van dyslexie het beste thuis bij de zienswijze van Prof. A. van der Leij. Zijn zienswijze luidt als volgt:
 'De mate van dyslexie wordt bepaald door het contrast tussen het leervermogen voor sublexicaal decoderen (onzinwoorden als vorvaner, puitonleten en nievonpezuik kunnen lezen) en de verbale competentie (mondelinge taalvaardigheid)'.
 Anders gezegd: het kind is onvoldoende in staat om onzinwoorden te kunnen lezen, dan je van hem/haar zou verwachten.
 
 
Op het gebied van lezen is dyslexie een probleem met technisch kunnen lezen op losse woordenniveau.
Dyslectische kinderen hebben veel moeite met het 'kraken' van de leescode. Zo'n 85% van de dyslec-tische kinderen kan onvoldoende onzinwoorden lezen.
 
Problemen fonemisch bewustzijn en visuele compensatie.
 
Soms kunnen dyslectische kinderen echte bestaande woorden nog redelijk goed lezen vanwege visuele compensatie. Een moeilijk woord als 'elektriciteitscentrale' kan soms gemakkelijker geautomatiseerd worden vanwege orthografische (visuele) herkenbaarheid van het woord. Echter, een onzinwoord als 'tefelon' kunnen ze moeizamer lezen. Ze lezen dan bijvoorbeeld telefoon in plaats van tefelon of struikhout in plaats van stuikhout, trip in plaats van pirt en fassel in plaats van fasel.
 
Dit komt omdat de belangrijkste oorzaak van dyslexie ligt in problemen met het fonemisch bewustzijn, waardoor het echte technische lezen bij onzinwoorden niet lukt. De juiste klank(en) aan de corresponderende letter(s) en lettergroep(en) koppelen is een structureel probleem. Ook lezen ze daardoor vaker bestaande kleine gemakkelijke woordjes die visueel erg op elkaar lijken fout, zoals: dat/dit - waar/daar - moest/moet - straat/staart - lopen/loopt - punt/punten - wat/dat. Vooral betekenisloze woorden als 'tegen', 'terug', 'strak', 'is', 'het', 'een' lezen ze nogal eens fout in een verhaaltje.
Woorden waarbij je je wel iets kunt voorstellen, lezen ze vaker beter, zoals: koelkast, voetbal, tijger en poes. Dit komt omdat er bij deze woorden ook andere taalcomponenten, zoals de betekenis en de beleving van de woorden in de hersenen, worden ingeschakeld. Door hun compenserende manier van lezen, lezen ze vaker betekenisloze woorden verkeerd, slaan ze woorden over of voegen ze woorden toe die er niet staan, maar wel in de context van het verhaal passen. Het compenserende lezen is op zich weer het gevolg van problemen met de snelle directe woordherkenning waarvan de belangrijkste oorzaak ligt in problemen met de klankverwerkingen in de hersenen (fonemisch bewustzijn). Dyslectische kinderen kunnen woorden als 'verjaardagsfeest' of 'pindakaas' in een tekst vaker correct lezen vanwege visuele compensatie, begrip en beleving.  
 
 
 
Vroeger werd dyslexie
woordblindheid genoemd,
omdat men dacht dat het dyslectische kind de woorden
niet goed kon zien.
 
 
 
Leren lezen en spellen staan los van elkaar.
 
Je leert niet beter spellen door veel te lezen. Lezen en spellen zijn twee leeractiviteiten die los van elkaar staan. Leren spellen is moeilijker dan leren lezen. Leren lezen is niet zwaar gerelateerd aan intelligentie. Er zijn ook zwak begaafde kinderen die wel kunnen lezen. Spellen en rekenen gaan deze kinderen moeilijker af. 
 
  
 
 
 
 
 
Copyright © 2010 praktijk voor particuliere remedial teaching